borstvergroting

Een borstvergroting of borstaugmentatie is het vergroten van de borst, meestal door middel van een anatomisch of ergonomisch silicone borstimplantaat. Een borstvergroting met borstimplantaat is de ideale oplossing indien bijna geen borstweefsel aanwezig is, maar ook indien u uw borsten graag één of twee cupmaten groter wenst. Soms kan de borst voldoende vergroot worden door middel van lipofilling. Er wordt een liposuctie uitgevoerd waarbij het vet wordt gezuiverd en geïnjecteerd ter hoogte van de borst om zo het volume te vergroten. Ontevredenheid over het volume van de borsten heeft vaak een grote invloed op het zelfvertrouwen van een vrouw. Vaak geeft dit aanleiding tot onzekerheid, het gevoel ‘onvoldoende vrouw’ te zijn, het moeilijk vinden van geschikte kledij, etc. Er zijn vele onderzoeken die laten zien dat na een borstvergroting het zelfvertrouwen groeit en het zelfbeeld vergroot, waardoor je positiever in het leven staat. 

Wetenschappelijk onderzoek heeft intussen ruim voldoende uitgewezen dat de actueel gebruikte materialen geen nadelige gevolgen hebben voor de algemene gezondheid van de vrouw. Tijdens de consultaties voorafgaand aan een borstvergroting kan u duidelijk maken wat uw verwachtingen zijn en hoe we die met een ingreep kunnen realiseren. Een borstvergroting gebeurt onder algemene verdoving in het ziekenhuis en gebeurt in dagopname. Eén week later kan u uw normale activiteiten hervatten.

Er bestaan verschillende types van borstprothesen. Op basis van uw wensen en voorkeuren alsook uw lichaamsbouw wordt samen met uw chirurg de voor u meest gepaste prothese gekozen.

Alle borstprothesen hebben een omhulsel van silicone, ook de prothesen die met water gevuld zijn. Silicone is het meest neutrale materiaal om een soepele prothese te maken. Het omhulsel kan een glad oppervlak hebben of een ruw. Het ruwe oppervlak dient om kapsel contractuur te helpen voorkomen. Het kan gegoten zijn in de silicone van het omhulsel, maar het kan ook bestaan uit polyurethaan, wat een nog betere bescherming biedt tegen kapsel contractuur. De nieuwste ergonomische implantaten met nanotextuur (héél fijne textuur, bijna glad) hebben een gelijklopende lage kans op kapsel vorming.  Daarom worden enkel deze beide laatste types borstprothesen in mijn praktijk gebruikt.

De ideale vulling van de prothese is neutraal, elastisch, duurzaam en stabiel in de tijd. Het materiaal dat tot nog toe het best aan die vereisten beantwoordt, is silicone gel. Prothesen die met silicone gel gevuld zijn, voelen het meest natuurlijk aan en geven zeer weinig problemen.

Een vulling met zoutwater oplossing (fysiologisch serum) is op zich neutraal, maar niet elastisch, waardoor men ze gemakkelijk kan voelen zitten. Soms ook kan je aan de buitenkant van dergelijke prothesen lichte plooien voelen of zelfs zien. In vijf procent van de gevallen raken ze lek en lopen ze dus leeg. Vandaar dat dit type implantaat nog slechts weinig gebruikt wordt.

Vaak worden anatomisch gevormde borstprothesen gebruikt. Die zijn gemaakt in druppelvorm, dat wil zeggen dat ze onderaan voller zijn en bovenaan vlakker. Hiermee wordt een natuurlijk uitzicht van de borst bekomen, zeker bij magere patiënten of wanneer haast geen borstweefsel aanwezig is. De huidige hoog kwalitatieve ronde borstprothesen zijn zo soepel gemaakt dat ook zij een zeer natuurlijke vorm aannemen (ergonomisch). De uitzonderlijk soepele gel van deze borst implantaten geeft een zeer natuurlijk aanvoelende borstvergroting.

In de media is een tijdlang twijfel gezaaid omtrent de veiligheid van met siliconegel gevulde prothesen. Intussen echter hebben tientallen onafhankelijke wetenschappelijke studies aangetoond dat er geen verband bestaat tussen de aanwezigheid van dergelijke prothesen en algemene vermoeidheidsklachten of gewrichts- en bindweefselziekten. Men weet ook al lang dat een borstprothese geen verhoogde kans geeft op borstkanker.

Recent onderzoek toonde een mogelijke associatie van getextureerde borstimplantaten en een zeer zeldzame vorm van lymfoma (ALCL Anaplastic Large Cell Lymfoma). Op basis van verschillende studies besloot het Amerikaanse FDA dat er enkel goed moet opgevolgd worden en dat er geen evidentie is de implantatie van borstprothesen te beperken.

Gezien steeds met hoog kwalitatieve prothesen van de meest geavanceerde generatie wordt gewerkt, kan het implantaat zowel bovenop de borstspier, onder de borstspier of dual plane worden geplaatst. Welke techniek wordt gebruikt hangt af van de lichaamsbouw van de patiënt en het gewenst volume. Ook de oorspronkelijke vorm van de borst noodzaakt soms een bepaalde techniek.  Bijvoorbeeld bij heel magere patiënten zal de bovenrand van de prothese onder de spier geplaatst worden om zo de bovenrand extra te bedekken. Op die manier zit de prothese deels voor en deels onder de borstspier (dual plane techniek).

1/ Via een insnede in de plooi onder de borst heeft de chirurg langs die weg de meest directe toegang tot de holte die gemaakt moet worden. Het verleent hem ook een zeer goede controle over de positie van de prothese. Het litteken is in dit geval nooit langer dan 4 à 5 cm en ontkleurt tot een onopvallend fijn lijntje in de natuurlijke plooi onder de borst. Deze techniek wordt door Dr. Casaer het meest toegepast.

2/ Brengen we de prothese in langs de rand van het tepelhof, dan levert dit in principe het meest onopvallende litteken op. Soms blijft het litteken enigszins zichtbaar als een bleke lijn die contrasteert met de donkere kleur van het tepelhof.

3/ De prothese inbrengen via de oksel wordt minder vaak toegepast. Een borstprothese heeft namelijk de neiging om door de borstspier omhoog geduwd te worden, en die kans vergroot als een holte wordt gemaakt van bovenuit. Bovendien is het in dit geval moeilijker om de borstspier voldoende los te maken voor de prothese, tenzij de chirurg gebruik maakt van een endoscoop. Ten slotte is de kans dat een litteken in de oksel ooit opgemerkt wordt veel groter dan een litteken in de borstplooi.

Gezien steeds met anatomisch gevormde prothesen van de meest geavanceerde generatie wordt gewerkt, wordt de prothese in de meeste gevallen bovenop de borstspier en onder de borstklier geplaatst. Dit geeft het meest natuurlijke resultaat en de ingreep is minder pijnlijk dan als de prothese achter de spier wordt geplaatst. Tevens zal de borst op die manier niet meebewegen tijdens spieractiviteit.

Enkel bij heel magere patienten zal de bovenrand van de prothese onder de spier geplaatst worden om zo de bovenrand extra te bedekken. Op die manier zit de prothese deels voor en deels onder de borstspier (dual plane techniek).

1/ Via een insnede in de plooi onder de borst heeft de chirurg langs die weg de meest directe toegang tot de holte die gemaakt moet worden. Het verleent hem ook een zeer goede controle over de positie van de prothese. Het litteken is in dit geval nooit langer dan 4 à 5 cm en ontkleurt tot een onopvallend fijn lijntje in de natuurlijke plooi onder de borst. Deze techniek wordt door Dr. Casaer het meest toegepast.

2/ Brengen we de prothese in langs de rand van het tepelhof, dan levert dit in principe het meest onopvallende litteken op. Soms blijft het litteken enigszins zichtbaar als een bleke lijn die contrasteert met de donkere kleur van het tepelhof.

3/ De prothese inbrengen via de oksel wordt minder vaak toegepast. Een borstprothese heeft namelijk de neiging om door de borstspier omhoog geduwd te worden, en die kans vergroot als een holte wordt gemaakt van bovenuit. Bovendien is het in dit geval moeilijker om de borstspier voldoende los te maken voor de prothese, tenzij de chirurg gebruik maakt van een endoscoop. Ten slotte is de kans dat een litteken in de oksel ooit opgemerkt wordt veel groter dan een litteken in de borstplooi.

In principe kunnen zich alle verwikkelingen van een heelkundige ingreep voordoen: nabloeding, infectie, slechte genezing van de wonde. Maar in de praktijk gebeurt dat slechts zeer zelden.

Er bestaat een kleine kans dat tijdens het maken van de holte enkele zenuwtjes beschadigd raken die specifiek voor de gevoeligheid van de tepel zorgen. Dat kan dan leiden tot een – meestal tijdelijke, soms ook blijvende – verzwakking van de gevoeligheid van de tepel.

Een borstvergroting heeft GEEN nadelige invloed op de mogelijkheid tot borstvoeding.

Het meest frequente probleem na een borstvergroting is het optreden van een kapselcontractuur. Het lichaam maakt altijd een soort litteken (of kapsel) rond een vreemd voorwerp, om het even of het nu om een pacemaker gaat, een catheter of een borstprothese. Indien de celletjes in dit vlies samentrekken, verkleint het kapsel en gaat de borst hard aanvoelen. Dit kan gelukkig verholpen worden door een ingreep waarbij het kapsel wordt ingesneden of verwijderd en de borst opnieuw soepel wordt. Jammer genoeg kan men echter niet voorspellen bij wie deze verwikkeling zich kan voordoen, en ook niet wanneer. Het kan na een half jaar gebeuren, maar net zo goed na vijf of tien jaar. Met de huidige meest geavanceerde prothesen is de kans gereduceerd tot ongeveer 1% gedurende de eerste 15 jaar. Enkel deze borst prothesen worden op onze dienst gebruikt.

Gedurende twee weken voor en twee weken na de operatie neemt u beter geen pijnstillers als Aspirine, Aspro of Sedergine en raden we ook vitamine E en het eten van look af, aangezien die stoffen het bloed wat kunnen verdunnen en bijgevolg nabloeding in de hand kunnen werken.

Voor de ingreep dient eerst een echografie en mammografie te gebeuren (een radiologisch onderzoek van het borstklierweefsel), teneinde de aanwezigheid van mogelijke gezwellen uit te sluiten. Hebt u recentelijk een mammografie laten uitvoeren, dan is dit onderzoek niet nodig. Wel wordt in elk geval een beperkt bloedonderzoek afgesproken, dat u naar keuze kan laten uitvoeren bij uw huisarts of in het laboratorium van de kliniek.

Gezien de ingreep wordt uitgevoerd onder algemene verdoving, moet u nuchter blijven vanaf middernacht voor de ingreep. Dit betekent: niet meer eten noch drinken vanaf middernacht, behalve voor het innemen van eventuele medicatie.
De opname in het ziekenhuis wordt geregeld tijdens uw preoperatieve consultatie. Op de dag van de ingreep meldt u zich aan op het afgesproken uur op het chirugisch dagziekenhuis waar men je begeleidt naar uw gereserveerde kamer. Even voor de ingreep brengt men u naar de voorbereidingszaal. Daar zal de chirurg met een stift ter hoogte van uw borst enkele markeringen aanbrengen die nodig zijn tijdens de ingreep. Hebt u nog vragen, dan is dat nu het moment.

In de voorbereidingskamer krijgt u ook bezoek van de anesthesist, de arts die u in slaap zal brengen. Verwittig hem of haar indien bij eventuele vorige ingrepen iets abnormaals voorgevallen zou zijn. Vlak voor de operatie krijgt u een middel toegediend om rustig te worden. Kort nadien wordt u naar de operatiezaal gerold en in slaap gebracht.

Zoals de chirurg voordien met u heeft afgesproken en u ook heeft uitgelegd, wordt de borstprothese nu ofwel deels onder borstspier geplaatst, dualplane, ofwel bovenop de borstspier, in het vlak tussen de spier en het borstklierweefsel. Nadat de prothesen ingebracht zijn, laat de chirurg de operatietafel  tijdens de ingreep in rechtop geknikte houding plaatsen, om te controleren of de prothesen in de juiste positie zitten. Vervolgens worden de wondjes zorgvuldig in drie lagen gesloten. Na de operatie wordt de wonde bedekt met een huidlijm en douchepleister, en wordt je sportbeha reeds aangedaan. Enkele minuten later ontwaakt u uit de verdoving en wordt u naar de ontwaakkamer gebracht.

In de regel blijft u omtrent even lang in de ontwaakkamer als de operatie heeft geduurd. Pas als de anesthesist zijn of haar toestemming geeft, keert u terug naar uw gewone kamer.

In de eerste dagen zal u wel pijn ondervinden, vooral wanneer de prothese onder de borstspier werd geplaatst. Dit is goed op te vangen met gewone pijnstillers.

Tijdens de eerste week na de operatie mag u alles doen wat niet tot overmatige pijn leidt. Vooral armbewegingen boven schouderhoogte dienen te worden beperkt.  Slapen op de buik kan ook best worden vermeden gedurende de eerste week. Hebt u pijnstillers nodig, dan gaat onze voorkeur uit naar Dafalgan bruis. Heeft u almaar meer pijn, voelt u zich onwel, ontwikkelt u koorts of voelt u zich om eender welke reden ongerust, neem dan contact op met uw arts.

Als verband draagt u een sportbeha dag en nacht gedurende 2 weken. De wondjes zijn bedekt met een huidlijm en een douchepleister, zodat u gemakkelijk kan douchen, reeds vanaf de dag na de ingreep. Deze lijm komt na 3 tot 4 weken geleidelijk los en wordt dan verwijderd.

Na één week verwachten we u terug voor een eenvoudige wondcontrole. Als u het resultaat dan in de spiegel bekijkt, zal u merken dat de borsten – vooral bovenaan – nog wat gezwollen staan en zeer vast aanvoelen. Dat is volstrekt normaal. In de volgende weken zullen die effecten stilaan verdwijnen. In de loop van de eerste drie weken neemt ook de last, die vergeleken kan worden met een spierverrekking, geleidelijk af.

De eerste 2 weken na de ingreep mogen enkel BH’s zonder beugels worden gedragen. Meestal raden wij een sportBH aan, met een brede elastische onderboord.

Zes maanden na de operatie kan men het resultaat ervan definitief noemen. Net als voordien blijft het mogelijk de borsten manueel op eventuele knobbeltjes te onderzoeken of een mammografie uit te voeren. In dat laatste geval signaleert u beter aan de radioloog dat u een borstvergroting heeft ondergaan, zodat hij een extra opname kan maken om het borstklierweefsel grondig te kunnen onderzoeken.

Scroll naar top