borstverkleining-lifting

Borsthypertrofie, of (te) grote borsten, kan ontstaan door overgewicht, kan erfelijk zijn, of kan ontstaan tijdens de puberteit of na de menopauze. Borsthypertrofie veroorzaakt vaak functionele fysieke problemen zoals rugpijn en nekpijn, huidirritatie onder de borsten,… Heel vaak voelt een vrouw zich hierdoor minder goed in haar vel en wordt ze geremd in haar fysieke activiteiten.   Een borstverkleining biedt hier een goede en blijvende oplossing.

Doorhangende borsten (=‘ptosis’) ontstaan vaak na een of meer zwangerschappen met of zonder borstvoeding, maar kan ook ontstaan na belangrijk gewichtsverlies. Borstptosis kan volledig losstaan van borsthypertrofie (te grote borsten). Hebt u nog een kinderwens, dan is het verstandig elke borstcorrectie uit te stellen tot na de laatste zwangerschap, om zo een blijvend resultaat te behouden.

De ingreep gebeurt onder algemene verdoving in het ziekenhuis. Een borstlifting gebeurt doorgaans in dagopname en een week later bent u in staat om uw normale activiteiten te hervatten. Voor een borstverkleining verblijf je één nacht in het ziekenhuis. Hiervoor is vaak een drietal weken werkverlet aangewezen.

Een mastopexie (borstlifting) zal de doorhangende borst liften, een borstreductie (borstverkleining) zal het volume van de borst verminderen en tegelijk ook liften. Beide operaties verlopen ongeveer volgens hetzelfde principe. Enerzijds wordt de vorm van de borst gecorrigeerd en de tepel opnieuw in een jeugdiger of hogere positie geplaatst, anderzijds wordt – en dan vooral bij een borstverkleining – een hoeveelheid borstweefsel weggenomen. Het spreekt vanzelf dat dit niet kan zonder insnede in de huid. Bijgevolg zijn er restlittekentjes te zien rond het tepelhof, op de onderpool van de borst en in de plooi onder de borst. Deze zijn in het begin vrij zichtbaar, maar vervagen geleidelijk na enkele maanden.

Zowel voor een borstreductie als voor een borstlift zijn verschillende chirurgische technieken mogelijk. Naargelang van het type borst dat u hebt, zal de ene techniek beter geschikt zijn dan de andere. Uw chirurg zal dat uiteraard eerst grondig met u overleggen.

Om de tepel naar boven te verplaatsen is een littekentje rondom het tepelhof onvermijdelijk. Soms volstaat dit om het gewenste resultaat te bekomen. Meestal echter moet de chirurg ook een hoeveelheid huid wegnemen aan de onderpool van de borst, en dat kan hij alleen door een litteken te maken van het tepelhof naar de onderzijde van de borst.

Naargelang de hoeveelheid huid die weg moet, komt hier doorgaans nog een horizontaal litteken bij, dat redelijk goed verborgen blijft in de plooi onderaan de borst. Bovendien verbleken al die littekens na verloop van tijd en benaderen ze de huidkleur , zodat ze enkel nog maar van heel dichtbij te zien zijn.

Omdat de tepel verplaatst moet worden, kan het gebeuren dat een aantal zenuwtjes naar de tepel onderbroken raakt. Het is dus mogelijk dat de gevoeligheid van de tepel na borstverkleining of borstlifting verminderd is. Na een borstverkleining kan het ook dat borstvoeding niet meer mogelijk is, als gevolg van het doorsnijden van de melkkanaaltjes. Dat is echter afhankelijk van de gebruikte techniek. Sommige technieken laten wél nog borstvoeding toe. Maar welke techniek ook gekozen wordt, een borstverkleining of een borstlifting heeft geen enkel nadelig gevolg voor de verdere gezondheid van uw borst.

Een borstverkleining of borstlifting duurt ongeveer twee uur. Volgens de preoperatief aangebrachte markeringen zal je chirurg tepel en tepelhof  verplaatsen naar de gewenste positie. Bij een borstverkleining wordt een hoeveelheid borstweefsel en huid weggenomen aan de onderzijde van de borst. Beide handelingen hebben tot gevolg dat een aantal zenuwtjes naar de tepel onderbroken wordt. Zoals gezegd kan dat de gevoeligheid van de tepel verminderen.

Tijdens de ingreep wordt de patiënte in zittende houding gebracht, zodat de chirurg de positie van de tepel zo ideaal mogelijk kan preciseren en de borsten zo symmetrisch mogelijk vorm kan geven.

De chirurg sluit de wonden inwendig zorgvuldig af met 2 lagen oplosbare hechtingen en uitwendig wordt een laagje huidlijm aangebracht. Dit zal de wondjes gedurende de eerste weken beschermen zodat je gemakkelijk kan douchen.

Op de preoperatieve raadpleging zal bepaald worden of het nodig is om voorbereidend onderzoek te laten verrichten (zoals bijvoorbeeld bloedonderzoek, elektrocardiogram, röntgenopname van de longen).

Voor de ingreep wordt een echografie en mammografie (een radiologisch onderzoek van het borstklierweefsel) uitgevoerd, teneinde het bestaan van mogelijke gezwellen uit te sluiten. Dat onderzoek is niet nodig als u recentelijk een mammografie onderging. Een beperkt bloedonderzoek is sowieso nodig – dat kan u naar keuze bij uw huisarts of in het laboratorium van de kliniek laten uitvoeren.

Indien U rookt heeft U er alle belang bij om hiermee te stoppen.

Voor een borstreductie of een borstlift is een rookstop zelfs van extreem belang. Om het tepelhof te kunnen verplaatsen, moet ze gedeeltelijk van de onderliggende klier losgemaakt worden. Hierdoor vermindert in geringe mate de bloedvoorziening naar het tepelhof. Wanneer nu als gevolg van het roken de bloedvaten vernauwd raken, vertraagt dat niet alleen de genezing van de wonde maar kan dat zelfs, in zeldzame gevallen, leiden tot verlies van tepel en tepelhof!

Gezien de ingreep doorgaat onder algemene verdoving, moet u nuchter blijven vanaf middernacht vóór de ingreep. Dit betekent: niet meer eten noch drinken vanaf middernacht, behalve voor het innemen van eventuele medicatie.

In het ziekenhuis is inmiddels een kamer voor u gereserveerd. Bij de opnamedienst regelt u eerst nog enkele administratieve zaken en vervolgens wordt u in afwachting van de operatie naar uw kamer gebracht. Even voor de operatie maakt u kennis met uw anesthesist, de arts die u onder verdoving brengt en u gedurende de hele ingreep begeleidt. Mocht er bij eventuele vorige ingrepen iets abnormaals voorgevallen zijn, dan kunt u dit best aan de anesthesist melden.

Dan komt uw plastisch chirurg, die met een stift op uw borst de precieze zones aftekent waar hij straks insneden zal maken. Zijn er nog vragen, dan is dat nu het moment. Indien nodig wordt een middeltje toegediend zodat je je niet te zenuwachtig voelt. Eens je in de operatiekamer bent, zal je klaargemaakt worden voor de verdoving.

Na de ingreep verblijft u nog een anderhalf uur in de ontwaakkamer. Als u door de anesthesist van de ontwaakkamer ontslagen wordt, keert u terug naar uw gewone kamer.

Borstverkleining en borstlifting zijn geen bijzonder pijnlijke ingrepen. In de eerste uren krijgt u nog pijnstillers toegediend via het infuus, maar daarna volstaat een gewoon paracetamolpreparaat (zoals bijvoorbeeld Dafalgan).

Gedurende twee weken voor en twee weken na de operatie neemt u beter geen pijnstillers als Aspirine, Aspro of Sedergine en raden we ook vitamine E en het eten van look af, aangezien die stoffen het bloed wat kunnen verdunnen en bijgevolg nabloeding in de hand kunnen werken.

Een borstlifting gebeurt doorgaans in dagopname, dus u kan de de dag zelfs reeds het ziekenhuis verlaten. Bij een borstverkleining verblijf je 1 nacht in het ziekenhuis ter observatie. ’s Anderendaags komt de chirurg langs op je kamer en bekijkt hij of alles goed verloopt. In de late voormiddag mag je dan het ziekenhuis verlaten.

Op alle wondjes is huidlijm aangebracht zodat je reeds daags na de ingreep kan douchen. Als verband gebruik je een sportbeha waarin je ter hoogte van elke borst los een absorberend kompresje plaatst. Deze sportbeha kan vanuit het ziekenhuis worden voorzien. Deze elastische beha dien je een drietal weken dag en nacht te dragen om de borst te ondersteunen.

Een week na de ingreep komt u op wondcontrole. De huid van uw borsten zal op bepaalde plaatsen blauw tot paars verkleurd zijn als gevolg van bloeduitstortingen. Geen zorg echter, dit vervaagt geleidelijk in de weken die komen.

Een drietal weken na de ingreep wordt de huidlijm verwijderd en zijn alle wondjes genezen. Vanaf dan moet u wel het litteken nog gedurende een zestal maanden hydrateren met een hydraterende crème of littekencrème. Dit zorg ervoor dat het litteken sneller ‘uitrijpt’, dat wil zeggen, vlugger bleek en soepel wordt. Gedurende de eerste maanden zal het litteken nogal rood uitslaan en hard aanvoelen, maar naarmate de uitrijping vordert zal dit langzaam verdwijnen.

De borst zelf zal ongeveer een maand lang vrij vast en hard aanvoelen, maar geleidelijk aan herwint ze haar vroegere soepelheid. Werd enkel een verticaal litteken aangebracht (dus van het tepelhof naar onderen toe), dan kan het zijn dat de borsthuid daar in het begin nog wat gerimpeld is. Die rimpeltjes verdwijnen in de eerste zes weken. Het herstel van de gevoeligheid van tepel en tepelhof neemt omtrent drie maanden tijd in beslag.

Tot slot bevelen we aan om een jaar na de ingreep opnieuw een mammografie te laten uitvoeren, zodat dit rapport gebruikt kan worden om latere mammografieën mee te vergelijken.

Scroll naar top