Borstreconstructie

BORSTKANKER

Borstkanker is veruit de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. In vele gevallen dient een amputatie (mastectomie) te worden toegepast, waarbij de borst in zijn geheel wordt weggenomen. Voor veel vrouwen is dit een operatie die enorm ingrijpt op hun zelfbeeld en gevoel van vrouwelijkheid. Daarom kiezen veel vrouwen voor een borstreconstructie.

Tijdstip van reconstructie

Een borstreconstructie kan op verschillende tijdstippen uitgevoerd worden: op het ogenblik van de mastectomie (primaire borstreconstructie), of in een later stadium (laattijdige of secundaire borstreconstructie),  namelijk 6 tot 12 maanden na het beëindigen van de nabehandeling (chemotherapie en/of radiotherapie)

PROTHESE-RECONSTRUCTIES

Hierbij wordt een silicone prothese onder de grote borstspier ingebracht. Dit is een omhulsel van siliconenrubber dat gevuld is met silicone-gel of een zoutoplossing. De prothese heeft een ruwe buitenlaag, omdat daarmee de kans op kapselvorming rondom de prothese verkleint. Dergelijke gereconstrueerde borsten voelen vaak minder natuurlijk aan en kunnen op termijn problemen geven die soms een nieuwe ingreep noodzakelijk maken. Als er vroeger radiotherapie werd toegediend, is er een grotere kans op problemen met dit type reconstructies.

TEPELHOF - & TEPELHOFRECONSTRUCTIE

Wanneer men de techniek van de autologe borstreconstructie toepast zal er automatisch een tepel- en tepelhofreconstructie moeten gebeuren. Er wordt meestal een maand of vier gewacht tot de nieuwe borst haar definitieve vorm heeft aangenomen. De tepel wordt meestal gereconstrueerd onder plaatselijke verdoving met klein flapje afkomstig van de huid van de flap op de plaats waar de nieuwe tepel dient gevormd te worden. Dit zal leiden tot nieuwe kleine littekens ter hoogte van de borst in de nabijheid van de nieuw gevormde tepel. Deze littekens zullen echter gecamoufleerd worden door de tatoeage van het tepelhof. Af en toe kan de tepel gereconstrueerd worden door transplantatie van een gedeelte van de andere tepel. Dit natuurlijk enkel als deze groot genoeg is om een gedeelte te ontnemen. Het tepelhof wordt gereconstrueerd d.m.v. een tatoeage van de tepelhof- regio. Deze tatoeage vindt plaats ongeveer 2 maand na de reconstructie van de tepel.

WEEFSEL VAN DE BUIKWAND: DE VRIJE ‘DIEP' FLAP (DEEP INFERIOR EPIGASTRIC PERFORATOR FLAP)

Het vetweefsel van de buikwand tussen de navel en de schaamstreek werd voor het eerst gebruikt voor borstreconstructie in 1979. Dit weefsel of “flap” werd de TRAM (Transverse Rectus Abdominis Myocutaneous) flap genoemd.

In de laatste twee decades is het gebruik van dit weefsel de gouden standaard geworden in reconstructie met lichaamseigen weefsel. De tendens om steeds minder en minder rechte buikspier te preleveren, mondde uiteindelijk uit in de ontwikkeling van de vrije DIEP flap (Deep Inferior Epigastric Perforator Flap). De voedende bloedvaten die naar het vet en de huid doorheen de rechte buikspieren lopen, kunnen vrij gedisseceerd worden door de rechte buikspier enkel te splitsen. Er is dus geen noodzaak meer om de rechte buikspier weg te nemen.

Het vetweefsel van de buikwand tussen de navel en de schaamstreek werd voor het eerst gebruikt voor borstreconstructie in 1979. Dit weefsel of “flap” werd de TRAM (Transverse Rectus Abdominis Myocutaneous) flap genoemd.

In de laatste twee decades is het gebruik van dit weefsel de gouden standaard geworden in reconstructie met lichaamseigen weefsel. De tendens om steeds minder en minder rechte buikspier te preleveren, mondde uiteindelijk uit in de ontwikkeling van de vrije DIEP flap (Deep Inferior Epigastric Perforator Flap). De voedende bloedvaten die naar het vet en de huid doorheen de rechte buikspieren lopen, kunnen vrij gedisseceerd worden door de rechte buikspier enkel te splitsen. Er is dus geen noodzaak meer om de rechte buikspier weg te nemen.

  • herstelperiode 4 à 6 weken

  • kans op klontervorming thv de bloedvaten van de flap: 1 à 2 % kans (komt vooral voor bij voorafbestaande stollingsstoornissen en bij rokers)

  • kans op verlies flap: 0,5 %

WEEFSEL VAN DE BILSTREEK: DE VRIJE ‘S-GAP' FLAP (SUPERIOR GLUTEAL ARTERY PERFORATOR)

Bij deze techniek wordt vanuit de gluteaal streek of de bilstreek een ellips huid en vet weggenomen en als vrije flap getransplanteerd naar de thorax en op analoge wijze microchirurgisch geanastomoseerd. De vrije SGAP-flap wordt meestal gebruikt als er onvoldoende weefsel is ten hoogte van de buikwand. Het vetweefsel van de bilstreek is immers van iets minder goede kwaliteit i.v.m. de buikwand.

  • is éénmalige ingreep, dwz blijvend resultaat

  • evolueert mee met het lichaam (verouderen)

  • evolueert mee met de andere borst (neemt toe als men bijkomt, neemt af bij vermageren)

  • voelt warm aan (‘de warme borst’)

  • voelt zeer natuurlijk aan

  • bilspieren blijven intact ( dus geen problemen om te stappen en weinig contourafwijking thv bilstreek)

  • herstelperiode 4 à 6 weken

  • kans op klontervorming thv de bloedvaten van de flap: 1 à 2 % kans (komt vooral voor bij voorafbestaande stollingsstoornissen en bij rokers)

  • kans op verlies flap: 0,5 %

Scroll naar top